1.Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van
in gebruik geven van woonruimte, welke niet in of op grond van deze
verordening is geregeld maar wel in een op grond van de
Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening geregeld zou kunnen
worden.
2.De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het
eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige,
evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte.