1.Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de
in artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h en j
genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één
van de volgende urgentiecategorieën behoort:
a.woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke
opvang van personen, die in verband met problemen van relationele
aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en waarvan de
uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan
in de desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van
die uitstroom naar het oordeel van burgemeester en wethouders
dringend noodzakelijk is;
b.woningzoekenden waarvan de voorziening in de behoefte aan
woonruimte als gevolg van het verlenen of ontvangen van mantelzorg
naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor aanvrager
dringend noodzakelijk is.
2.Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een
vergunninghouder die, gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde
taakstelling, gehuisvest moet worden door het college van
burgemeester en wethouders waar de urgentieverklaring wordt
aangevraagd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.de woningzoekende is niet door het Centraal Orgaan opvang
asielzoekers als bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal orgaan
opvang asielzoekers bij een andere gemeente voorgedragen voor
huisvesting; en,
b.de woningzoekende heeft niet eerder aangeboden woonruimte
geweigerd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.6.6
Wettelijke urgentiecategorieën
Onderdeel van Huisvestingsverordening Diemen 2016