**1..** Aan het hoofd van de organisatie van het openbaar lichaam staat een directeur. Hij is belast met de dagelijkse leiding daarvan.
**2..** De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.
**3..** Het dagelijks bestuur stelt voor de taken en bevoegdheden van de directeur een directiestatuut vast. Dit statuut wordt aan het algemeen bestuur ter kennisneming verstrekt.
**4..** In het directiestatuut wordt de vervanging van de directeur geregeld.
**5..** De directeur staat het algemeen en dagelijks bestuur bij in hun functioneren. Hij woont als adviseur de vergaderingen van beide bestuursorganen bij.
**6..** De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
**7..** De directeur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur.