Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Algemeen bestuur: samenstelling

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz

1.. Het algemeen bestuur bestaat uit één lid van elke gemeente, dat evenals diens plaatsvervanger, per gemeente door het college uit zijn midden, wordt aangewezen. 2.. De colleges beslissen in de eerste vergadering van hun wettelijke zittingsperiode en na inwerkingtreding van de wijziging van de regeling over de aanwijzing als bedoeld in het vorige lid. 3.. Indien tussentijds een vacature in het algemeen bestuur ontstaat, wijst het betreffende college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid. 4.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt als de zittingsperiode van het college afloopt, of indien de zittingsperiode van het college tussentijds beëindigd wordt of indien het lidmaatschap van het college, waaruit het betreffende lid afkomstig is, tussentijds beëindigd wordt. 5.. Een college kan een door hem aangewezen lid ontslaan door het vertrouwen op te zeggen. 6.. In geval van het bestaan van een of meer vacatures blijft het algemeen bestuur bevoegd besluiten te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel