**1..** Burgemeester en wethouders stellen, indien geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 3, tweede lid en zij daartoe aanleiding aanwezig achten, een schadebeoordelingscommissie in ter advisering omtrent de op het verzoek te nemen beslissing.
**2..** De commissie bestaat uit een of meer leden en een of meer plaatsvervangende leden, die deskundig zijn op het gebied van taxatie en/of beheer van onroerende zaken en/of de juridische aspecten betreffende bestuursschade en nadeelcompensatie.
**3..** De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding over informatie die de commissie in het kader van haar onderzoek en advisering ter beschikking zijn gesteld en waarvan, voorzover dat niet uitdrukkelijk is aangegeven, redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze als vertrouwelijk is bedoeld.
**4..** De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en/of rapporteur aan.
**5..** Indien burgemeester en wethouders aanleiding aanwezig achten een commissie in te stellen, gaan zij daartoe over binnen zes weken na het in behandeling nemen van het verzoek.
**6..** Niet tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie kunnen worden benoemd:
leden van het college van burgemeester en wethouders of van de gemeenteraad;
personen in dienst zijn van de gemeente.
**7..** Een lid of plaatsvervangend lid van de commissie kan tussentijds worden ontslagen wanneer:
hij of zij daarom verzoekt;
hij of zij een ambt of betrekking heeft aanvaard, die ingevolge het zesde lid van dit artikel danwel anderszins, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie.
**8..** Burgemeester en wethouders stellen de verzoeker in kennis van hun voornemen om een commissie in te stellen.
**9..** De door of vanwege de commissie gemaakte kosten worden door burgemeester en wethouders vergoed, voorzover zij daarmee vooraf hebben ingestemd.