**1..** Het verzoek om schadevergoeding wordt zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs mogelijk is schriftelijk bij burgemeester en wethouders ingediend.
**2..** Het verzoek wordt ondertekend en bevat ten minste:
de naam en het adres van de verzoeker;
de dagtekening;
een aanduiding van het publiekrechtelijke besluit of het publiekrechtelijk handelen dat de schade naar het oordeel van de verzoeker heeft veroorzaakt;
zo redelijkerwijs mogelijk, een opgave van de aard en de omvang van de schade, alsmede een specificatie van het bedrag van de schade;
een omschrijving van de wijze waarop de schade naar het oordeel van de verzoeker dient te worden vergoed en, zo een vergoeding in geld wordt gewenst, een opgave van het schadebedrag dat naar het oordeel van verzoeker vergoed dient te worden.
**3..** De verzoeker verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor het nemen van een beslissing op zijn verzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
**4..** Burgemeester en wethouders bevestigen de ontvangst van het verzoek zo spoedig mogelijk doch ten minste twee weken na de ontvangst ervan, en stelt de verzoeker in kennis van de te volgen procedure.
**5..** De aanvraag wordt niet eerder in behandeling genomen dan nadat door of vanwege de verzoeker bij de gemeente een geldsom van f. 250,- is gestort. Bij gehele of gedeeltelijke toekenning van de schadevergoeding vindt teruggave plaats van deze geldsom.
Artikel 4
Het verzoek om schadevergoeding
Onderdeel van Procedureverordening bestuursschadevergoeding 1998