Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Procedure adviescommissie

Onderdeel van Procedureverordening bestuursschadevergoeding 1998

1.. De commissie stelt de verzoeker in kennis van de te volgen procedure. 2.. De commissie stelt de verzoeker en burgemeester en wethouders, alsmede – in voorkomend geval de draagplichtige – in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting. Beiden kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde. De commissie verzendt de uitnodiging voor het geven van een mondelinge toelichting ten minste vier weken voor de datum waarop de toelichting verlangd wordt. 3.. Meegebrachte deskundigen worden in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven. 4.. Gemaakte kosten voor deskundigen als bedoeld in het vorige lid, maken deel uit van de te vergoeden schade als de kosten daarvan redelijk zijn te achten. 5.. Van de toelichting wordt een verslag opgemaakt. Het verslag wordt aan verzoeker en burgemeester en wethouders alsmede – in voorkomend geval de draagplichtige – toegezonden. 6.. Alvorens de commissie haar definitieve advies opstelt, maakt zij een concept-advies op. Dit concept-advies wordt uiterlijk drie maanden nadat de commissie is ingesteld, aan verzoeker en aan burgemeester en wethouders, alsmede – in voorkomend geval de draagplichtige – toegezonden teneinde hen in de gelegenheid te stellen daarop binnen een termijn van vier weken hun zienswijze te geven. 7.. De commissie stelt haar advies vast binnen acht weken na het verstrijken van de in het zesde lid genoemde termijnen. Zij kan deze termijn, onder opgaaf van redenen, eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Zij zendt het advies terstond toe aan de verzoeker en aan burgemeester en wethouders alsmede – in voorkomend geval de draagplichtige -. Zij betrekt bij haar advies de op grond van het vorige lid ingebrachte zienswijzen.

Rechtspraak bij dit artikel