Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 15.

Verklaring omtrent het gedrag

Onderdeel van VERORDENING KWALITEITSREGELS PEUTERSPEELZALEN

1.. Beroepskrachten die na ingang van deze verordening in dienst komen bij een peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens. 2.. Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 0, dienen ook de begeleiders die na ingang van deze verordening in dienst komen bij een peuterspeelzaal in het bezit te zijn van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens. 3.. Deze verklaring wordt aan de houder overlegt voordat de beroepskracht zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij wordt overgelegd niet ouder dan twee maanden. 4.. Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat een beroepskracht niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die beroepskracht opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende beroepskracht overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn.

Rechtspraak bij dit artikel