Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Hoogte en duur inkomstenvrijlating

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit inkomstenvrijlating 2016

1.. Voor de algemene inkomstenvrijlating geldt dat inkomsten gedurende ten hoogste 6 maanden worden vrijgelaten. De inkomsten worden vrijgelaten tot 25%, met een maximum van € 196,00 per maand; 2.. Voor belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, is de duur van de inkomstenvrijlating in niet beperkt tot maximaal 6 maanden. In het geval een belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, heeft hij net zolang recht op de gedeeltelijke vrijlating van zijn inkomsten uit arbeid als hij de inkomsten uit arbeid geniet. 3.. De aanvullende inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders kan pas worden toegepast na afloop van de reguliere inkomstenvrijlating zoals bedoeld in artikel 31 lid 2 onderdeel n Participatiewet (zes maanden). Is de inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders van toepassing, dan geldt deze gedurende een aaneengesloten periode van maximaal dertig maanden. De inkomsten worden vrijgelaten tot 12,5% met een maximum van € 122,26 per maand. 4.. De inkomstenvrijlating voor personen met een medische urenbeperking is een structurele vrijlating. De inkomsten worden vrijgelaten tot 15% van de inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 124,00 per maand. 5.. De vrijlating is altijd exclusief de vakantietoeslag. 6.. De inkomstenvrijlating kan slechts één maal per periode van bijstandsafhankelijkheid worden toegepast, onverminderd het bepaalde in artikel 2 en 3 van dit uitvoeringsbesluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel