Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Vergunningplichtige gebouwen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Breda 2015

1.. De volgende categorieën gebouwen bevattende woonruimte(n) mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet gesplitst worden in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek als een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte: gebouwen in eigendom van particuliere verhuurders, institutionele beleggers, toegelaten instellingen, bevattende verhuurde of voormalig[1] verhuurde woonruimte(n), en waarvan de huurprijs of voormalige huurprijs van één of meer van de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten lager is dan het bedrag dat is vastgesteld op grond van artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de Huurtoeslag. [1] Onder ‘voormalig’ wordt bedoeld: 12 maanden of korter geleden op datum van aanvraag vergunning 2.. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel