Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Weigeringsgronden met betrekking tot de samenstelling van de woonruimtevoorraad

Onderdeel van Huisvestingsverordening Breda 2015

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan worden geweigerd als: de huurprijs of voormalige huurprijs van één of meer van de tot afzonderlijke woonruimte(n) bestemde gedeelten lager is dan het bedrag dat is vastgesteld op grond van artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de Huurtoeslag; het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, voor zover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of met enig wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen; naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de splitsing gediende belang; en het onder c genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel