Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Sociale activering

Onderdeel van Verordening activering en reïntegratie

1.. Het college kan ter uitvoering van artikel 2 aan of ten behoeve van de persoon als bedoeld in artikel 2, lid 1, een subsidie verstrekken dan wel dienstverlening inkopen, waardoor deze persoon in staat wordt gesteld deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot sociale activering. 2.. De deelname aan activiteiten als bedoeld in lid 1 wordt per individu vastgelegd in een trajectplan. 3.. Het trajectplan wordt in opdracht van het college opgesteld door een derde als bedoeld in artikel 2, lid 2 die in staat is tot het uitvoeren van een adequate diagnose van de situatie van de deelnemer en een heldere formulering van het trajectplan. 4.. Het trajectplan wordt in opdracht van het college uitgevoerd door een derde als bedoeld in artikel 2, lid 2 die de activiteiten uit het trajectplan adequaat kan uitvoeren of doen uitvoeren. 5.. De deelnemer, de uitvoeringsorganisatie en het college zijn verplicht om het trajectplan, voorafgaand aan de uitvoering ervan, te ondertekenen. 6.. Een traject als bedoeld in lid 2 mag maximaal 12 maanden duren. Deze periode kan door het college in bijzondere gevallen maximaal tweemaal met een periode van zes maanden verlengd worden. 7.. Het college stelt voorafgaand aan elk kalenderjaar de taakstelling voor de uitvoering vast, waarin genoemd het aantal trajecten en legt in een overeenkomst met de uitvoerder de onderlinge verdeling van taken en bevoegdheden vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel