Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning; voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget. 2.. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 4.. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het verstrekte bedrag. 5.. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het uitvoeringsbesluit. 6.. De hoogte van de eigen bijdrage voor Ondersteuning Zelfstandig leven (OZL) en ondersteuning Maatschappelijke Deelname (OMD) en Kortdurend Verblijf (KDV) wordt, in afwijking van het vijfde lid, gedurende een door het college vast te stellen overgangsperiode, vastgesteld conform de destijds onder de AWBZ geldende berekeningsgrondslag voor deze voorzieningen, zijnde € 14,20 per uur/dagdeel of etmaal. 7.. De bijdragen in de kosten voor opvang worden door het CAK vastgesteld en geïnd. 8.. Voor zover een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, waarvoor een bijdrage in de kosten verschuldigd is, is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 9.. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel