In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwde kom: de grens van de bebouwde kom wordt bepaald door de aard van de omgeving: een gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven;
dierenverblijf: al dan niet overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden;
gebiedsvisie: Gebiedsvisie ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij, welke door de raad is vastgesteld op 19 april 2016;
geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;
veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
overzichtskaart: de bij deze verordening behorende en als zodanige gewaarmerkte overzichtskaart;
vergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Algemene bepalingen omgevingsrecht;
Wet: de Wet geurhinder en veehouderij.