**1..** Een aanvraag voor een individuele voorziening kan door of namens een cliënt worden ingediend.
**2..** Als de jeugdhulp betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoeft de aanvraag de instemming van de cliënt waarop de aanvraag betrekking heeft.
**3..** Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige:
die jonger is dan 12 jaren, of;
die ouder is dan 12 jaren en niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zakedan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger.
**4..** Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige die de leeftijd van 12 maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de instemming van zowel de minderjarige als de wettelijke vertegenwoordiger. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan kan het college toch een besluit nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, alsmede indien de minderjarige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen.
**5..** De cliënt die een aanvraag indient voor een individuele voorziening, verstrekt het college indien noodzakelijk een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
**6..** Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de procedure voor de aanvraag van een individuele voorziening.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.
Artikel 6.