In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Uitkering: de uitkering zoals bedoeld in de Participatiewet (algemeen of periodiek bijzonder), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
Bijstandsnorm: de voor de belanghebbende geldende norm ingevolge de Participatiewet, exclusief vakantietoeslag en inclusief een eventuele verlaging. De kostendelersnorm wordt niet toegepast bij de draagkrachtbepaling. Bij kostendelers wordt
voor de van toepassing zijnde norm zoals genoemd in artikel 3 lid 1 van deze beleidsregel uitgegaan van de geldende bijstandsnorm zonder rekening te houden met kostendelers.
Voor alleenstaande ouders wordt niet uitgegaan van de verlaagde bijstandsnorm zoals die geldt sinds de invoering van de Participatiewet. Er wordt uitgegaan van 90% van de basisnorm voor gehuwden, zoals in de oude uitkeringssystematiek van de WWB. Dit wordt beschouwd als de van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 3 lid 1 van deze beleidsregel.
Inkomen: het netto inkomen exclusief vakantiegeld dat is genoten over de laatste aan de aanvraag voorafgaande gebruikelijke betalingsperiode. Indien dit geen goed beeld geeft, wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de laatste drie maanden. De artikelen 31, 32 en 33 Participatiewet zijn van toepassing. Belanghebbenden die op basis van een uitspraak van de rechter deelnemen aan de WSNP worden geacht een inkomen op bijstandsniveau te hebben. Indien executoriaal beslag is gelegd, wordt geen rekening gehouden met het deel van het inkomen waarop beslag is gelegd.
Vermogen: de waarde van de bezittingen waarover redelijkerwijs beschikt kan worden. De artikelen 31 en 34 van de Participatiewet zijn van toepassing.