Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5.

Afwijken van parkeerregels uit een bestemmingsplan

Onderdeel van Beleidsregels parkeren

1.. Om voor een afwijking van de parkeerregels uit een bestemmingsplan jo. art. 3 lid 1 en lid 2 van deze beleidsregels in aanmerking te komen, dient degene die een project wil realiseren hiervoor een gemotiveerde aanvraag omgevingsvergunning in te dienen bij het bevoegd gezag. 2.. Aanvrager dient gemotiveerd aan te geven waarom er redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan de parkeerregels van het bestemmingsplan. 3.. Aanvrager dient in de aanvraag aan te geven voor welke afwijkingsmogelijkheid genoemd in deze beleidsregels hij in aanmerking komt/wil komen. 4.. Aanvrager dient in de aanvraag expliciet aan te geven dat hij met een financiële voorwaarde akkoord gaat, voor zover het betreft een verzoek om een ontheffing waaraan op grond van artikel 6 lid 1 van deze beleidsregels een financiële voorwaarde wordt verbonden. 5.. Om voor een afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub a van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven op welke andere wijze binnen een redelijke loopafstand de benodigde parkeer- of stallingruimte wordt gerealiseerd en dat er wordt voldaan aan bijlage 7. 6.. Om voor een afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub b van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voldoende ruimte op de openbare weg aanwezig is om de parkeerbehoefte op te vangen. In bijlage 8 wordt uitgelegd waar een verkeerskundig onderzoek/rapport in dit kader aan moet voldoen. 7.. Om voor een afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub c van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voor de gemeente voldoende mogelijkheden zijn om binnen een redelijke loopafstand een oplossing voor de parkeer te realiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel