Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 20

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet

1.. Het college kan op twee manieren vaststellen of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. ambtshalve of; schriftelijk op verzoek van een belanghebbende. 2.. Het college neemt daarbij de volgende criteria in acht: een persoon moet behoren tot de doelgroep; de persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en; die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3.. Het college kan aan de hand van nadere criteria bepalen of de inzet van de voorziening loonkostensubsidie voor de persoon die behoort tot de doelgroep het meest passend is. 4.. De loonkostensubsidie wordt verleend als: Een arbeidsovereenkomst van minimaal 12 uur kan worden overlegd; De arbeidsovereenkomst voor minimaal 6 maanden is aangegaan. 5.. De loonwaarde wordt vastgesteld door gebruik te maken van een gecertificeerde methode die voldoet aan de Regeling loonkostensubsidie Participatiewet. Het college maakt gebruik van het loonwaardemeetinstrument waarvoor binnen de arbeidsmarktregio uniform is gekozen. 6.. Aan het verstrekken van loonkostensubsidie is geen termijn verbonden.

Rechtspraak bij dit artikel