Naar hoofdinhoud

Artikel 6. Beëindigingsgronden

Artikel 6. Beëindigingsgronden

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Geertruidenberg 2016.

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: de schuldenaar niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 2; het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden; op grond van - zo later is gebleken - onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; de schuldenaar zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is; de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; de schuldenaar niet voldoet aan de bepalingen van de overeenkomsten die in het kader van het schuldhulpverleningstraject met hem gesloten zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel