**1..** Het college ziet af van een maatregel als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering daarvan
door het college heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college stemt overeenkomstig artikel 18, tiende lid van de wet
een op te leggen of een opgelegde maatregel af op de omstandigheden
van de belanghebbende en diens mogelijkheden om middelen te
verwerven, indien naar het oordeel van het college gelet op
bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken.
**3..** Als het college afziet van een maatregel op grond van dringende
redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte
gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.
Afzien van maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet 2016