Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Ondermandaat

Onderdeel van Mandaatregeling 2016

1.. De gemandateerde bevoegdheden worden bij afwezigheid van de directeur op grond van ondermandaat uitgeoefend door de teamleiders van de afdeling Samenleving (zie bijgevoegd organisatieschema). Overige correspondentie (zijnde geen formele besluitvorming), wordt door de verantwoordelijk medewerker of een daartoe aangewezen plaatsvervanger verzorgd. De directeur draagt zorg voor een verantwoorde functiescheiding; 2.. Uit oogpunt van een zorgvuldig beheer kunnen gemandateerde bevoegdheden op grond van ondermandaat tevens worden uitgeoefend door de in artikel 3 genoemde organisaties alsmede organisaties belast met uitvoering op terreinen genoemd in de Mandatenlijst (zie bijgevoegde mandaatlijst), mits jaarlijks verantwoording wordt afgelegd aan de directeur; 3.. De directeur van de afdeling Samenleving is bevoegd, middels besluit ondermandaat, zijn hierboven genoemde mandaat over te dragen aan de teamleider, de beleidsmedewerker, de kwaliteitsmedewerker, de juridisch adviseurs, de procesregisseurs, de consulenten sociaal domein en de medewerkers administratie. 4.. De directeur van de afdeling Samenleving is bevoegd de procesregisseurs te machtigen namens het college machtigingen in te dienen conform het bepaalde in artikel 6.1.8. lid 1 van de Jeugdwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel