Naar hoofdinhoud
1.. Begraving of bijzetting in een eigen graf of urnengraf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgifte-termijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 11, tweede lid. 2.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven afgerond op gehele jaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel