Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.1

De basisnorm van een schoon huis

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2016

Uitgangspunt bij resultaatfinanciering in het arrangement ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden, is ‘een schoon en leefbaar huis’. Het gaat om de ruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. Deze ruimten dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Dit wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks of meer wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van ‘schoon’ te realiseren. De taken en frequenties bij het begrip schoon en leefbaar huis moeten per geval duidelijk worden omschreven. Hierdoor is het duidelijk wat er verwacht wordt in dit arrangement. Normering schoon huis Taken Omschrijving Frequentie Lichte huishoudelijke taken Stof afnemen, ragen (hoog en/of laag) wekelijks Kamers opruimen wekelijks Zwaar huishoudelijke taken Schrobben/dweilen/soppen (toilet, badkamer, keuken) wekelijks Bedden verschonen 1 maal per 2 weken Opruimen huishoudelijk afval wekelijks Stofzuigen wekelijks Ramen lappen (aan binnenzijde) 1 maal per kwartaal Wasverzorging Kleding en linnengoed sorteren en wassen in wasmachine wekelijks Vouwen en opbergen wekelijks Ophangen/afhalen wasgoed wekelijks De frequentie geeft aan hoe vaak een de ruimten voor dagelijks gebruik schoongemaakt moeten worden. De frequentie geeft aan wat als een algemeen aanvaard basisniveau wordt beschouwd. De frequentie om de bovenstaande taken uit te voeren is afgeleid van het CIZ protocol Indicatieadvisering voor Hulp bij het Huishouden. Bij het opstellen van de profielen is uitgegaan van deze basisnorm van wat onder een schoon huis wordt verstaan.

Rechtspraak bij dit artikel