Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. In deze paragraaf en de daaruit volgende bepalingen wordt verstaan onder: a.. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte: 1.. waarin enig horecabedrijf, tot de uitoefening waarvan behoort het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, wordt uitgeoefend; 2.. waar bedrijfsmatig of anders dan om niet, al dan niet door middel van een automaat, etenswaren of alcoholvrije dranken of rookwaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; 3.. waar bedrijfsmatig of anders dan om niet, etenswaren worden bereid om te worden afgehaald; b.. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een inrichting exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen; c.. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een inrichting; 2.. In deze paragraaf wordt onder bezoekers niet verstaan: a.. de gezinsleden van de exploitant en beheerder, alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; b.. de personen die voorkomen in het register, bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; c.. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel