In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. Wet: de Wet op de kansspelen;
Kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in
artikel 30, onder c, van de Wet;
Hoogdrempelige inrichtingen: inrichting als bedoeld in
artikel 30, onder d, van de Wet;
Laagdrempelige inrichtingen: inrichting als bedoeld in
artikel 30, onder e, van de Wet.
In de hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2
kansspelautomaten toegestaan.
In de laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten
niet toegestaan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 4
Artikel 2.3.4.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening