Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.16

Loslopende honden, verboden plaatsen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond of degene, die een hond onder zijn toezicht heeft, verboden deze te laten verblijven of lopen: a.. op de weg zonder dat de hond aangelijnd en voldoende in zijn macht is; b.. op de weg zonder dat de hond voorzien is van een aan de halsband bevestigde, van gemeentewege verstrekte, hondenpenning; c.. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; d.. op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen en als zodanig aangeduide plaats. 2.. Burgemeester en Wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar het verbod sub a niet van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel