Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.19

Bescherming tegen gevaarlijke honden op eigen erven

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond en hem, die een hond onder zijn toezicht heeft, verboden deze hond op zijn erf zonder muilkorf te laten loslopen, indien burgemeester en wethouders hebben medegedeeld, dat zij het dier gevaarlijk achten, dan wel indien de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk, tenzij: op een vanaf de weg zichtbare plaats een -ter beoordeling van burgemeester en wethouders- duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; de gelegenheid bestaat een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder dat men het erf behoeft te betreden; het erf voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond zonder menselijke tussenkomst niet buiten het erf kan komen.

Rechtspraak bij dit artikel