Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.6a

Verbod slapen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden de weg op een voor anderen hinderlijke wijze als slaapplaats te gebruiken, al dan niet in een voertuig, woonwagen, tent of vergelijkbaar ander onderkomen. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen wegen aanwijzen waar dit verbod niet van toepassing is. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden, onder andere ter voorkoming en beperking van hinder en overlast, ontsiering van het stadsbeeld, verontreiniging, besmettelijke ziekten en brandgevaar. 4.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet op de Openluchtrecreatie van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel