**1..** De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of een andere
inrichting waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht welke ter
plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:
**a).** een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
waarin het publiek afval kan achterlaten;
**b).** zorg te dragen dat die deze afvalbak, -mand of soortgelijke
voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin
deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of dat
voorwerp steeds tijdig wordt geledigd;
**c).** zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van
het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van de inrichting
op de weg achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van
die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.3
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening