**1..** Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
het oordeel van het collegegevaar opleveren voor verspreiding
van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is
de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
stellen termijn:
**a..** indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
**b..** de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
**c..** of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
voorkomen.
**2..** Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit
verbod.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.4.7
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening