Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Kwaliteitseisen

Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugdhulp gemeenten Vlissingen/Middelburg/Veere

De kwaliteit van de (via het PGB te verwerven) ondersteuning moet naar het oordeel van het college gewaarborgd zijn. Voor de ondersteuning en zorg, die wordt ingekocht met het PGB, gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen in natura. Er is wel een duidelijk verschil tussen de kwaliteitseisen in de Wmo en de Jeugdwet. Dit wordt hieronder kort beschreven. Kwaliteit in de Wmo In het geval van de Wmo heeft de budgethouder zelf de regie over de ondersteuning die hij met het persoonsgebonden budget inkoopt. Daarmee krijgt hij ook de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde ondersteuning en kan hij deze zo nodig bijsturen. Het college kan op basis van deze bepaling vooraf toetsen of de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid voldoende zijn gegarandeerd. De kwaliteitseisen, die gelden voor de ingekochte ondersteuning in natura, kunnen niet 1 op 1 worden toegepast op het PGB. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt de gemeente mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De cliënt moet in het ondersteuningsplan inzichtelijk maken waar hij zijn ondersteuning zal inkopen, op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid en hoe de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning zijn gewaarborgd. Na “akkoord” hierop wordt een beschikking inclusief een PGB afgegeven op basis van het ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan spreken cliënt/budgethouder en gemeente af op welke termijn ze de behaalde resultaten met het PGB en de daaraan verbonden voorwaarden evalueren, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet. Kwaliteitseisen in de Jeugdwet Er geldt een zelfstandig kwaliteitsregime voor alle aanbieders van jeugdhulp. De reden hiervoor is dat het begrip jeugdhulp het brede spectrum omvat van lichtere vormen van jeugdhulp tot aan zware vormen van geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulp, die ingezet worden in het kader van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In hoofdstuk 4 van de Jeugdwet staan de kwaliteitseisen beschreven die worden gesteld aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Het uitgangspunt van de wetgever is dat jeugdhulp beter, efficiënter en effectiever op lokaal niveau geregeld kan worden. Daarmee worden gemeenten ook verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitvoering. Bij de financiering van de jeugdhulp kunnen gemeenten via het contract kwaliteitseisen stellen aan de te leveren diensten. Verder kunnen gemeenten gebruik maken van keurmerken, klachtenregistratie en onderzoeken naar klanttevredenheid. De wetgever acht een aantal kwaliteitseisen zo fundamenteel dat deze in de Jeugdwet uniform zijn vastgelegd. De volgende kwaliteitseisen gelden voor alle professionele jeugdhulpaanbieders (dus ook die via een PGB ingekocht worden): De norm van verantwoorde hulp, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten. Gebruik van een ondersteuningsplan als onderdeel van verantwoorde hulp. Systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder. Verklaring omtrent gedrag (VOG) voor alle medewerkers van een jeugdhulpaanbieder, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering. De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De meldplicht calamiteiten en geweld. Verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.

Rechtspraak bij dit artikel