In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'diensttijd': de aan het in
artikel 10:1, eerste lid, bedoelde ontslag voorafgaande in
overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan het ambtenaarschap in de
zin van de WPA is verbonden, alsmede tijd die door inkoop of door
een verzoek, bedoeld in artikel D 2 van de pensioenwet, voor
pensioen geldig zou zijn verklaard.
Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de
tijd doorgebracht in de betrekking waaruit het ontslag, bedoeld in
artikel 10:1, is verleend, indien aan die tijd op grond van de
Regeling beperking van het zijn van overheidswerknemer in de zin van
de wet Privatisering ABP (Stc. 1997, 164) het ambtenaarschap in de
zin van evengenoemde regeling niet is verbonden.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid blijft
buiten beschouwing:
diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan een
jaar daarvan wegens verleend ontslag, behalve voor de
toepassing van artikel 10:8, derde tot en met vijfde lid;
diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
van de duur van een eerder toegekend wachtgeld of een
daarmede gelijk te stellen uitkering wegens onvrijwillige
werkloosheid ten laste van de overheid, behalve voor de
toepassing van artikel 10:8, derde tot en met vijfde lid;
diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
van een pensioen krachtens het pensioenreglement dan wel
voorafgaat aan een ontslag verleend op grond van artikel 8:3
van deze regeling of een soortgelijke bepaling in een andere
overheidsregeling;
tijd, bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement;
tijd in een aangehouden betrekking, dan wel in een
betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden, doch
uit welke hij vrijwillig ontslag heeft genomen met ingang
van de datum waarop het wachtgeld ingaat.
Indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van het
wachtgeld in aanmerking is genomen met een overheidspensioen anders
dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt vergolden,
worden de duur en het bedrag van het wachtgeld met ingang van de dag
waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend, waarbij die diensttijd
buiten beschouwing wordt gelaten.
briefnummer: CvA/2000004977
Dienstbetrekking
Hoofdstuk 10
Artikel 10:3
Artikel 10:3
Onderdeel van CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016 (hfdst. 10-22)