**1..** Het college kan, gelet op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, de voorziening beschut werk aanbieden aan een belanghebbende die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon, zonder begeleiding op en aanpassingen van de werkplek, in dienst neemt.
**2..** Het college maakt uit de personen uit de doelgroep een voorselectie en wint bij het UWV advies in voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.
**3..** Om te bepalen aan welke personen uit de doelgroep namens het college een voorziening beschut werken wordt aangeboden, geldt de volgorde van plaatsing op de wachtlijst, waarbij de datum waarop het UWV een positief advies heeft afgegeven, bepalend is.
**4..** In afwijking van het derde lid wordt in de onderstaande volgorde voorrang gegeven aan:
leerlingen van het VSO cluster 3;
leerlingen van het Praktijkcollege.
**5..** Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in:
fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving;
aanpassing van taken, werktempo of arbeidsduur;
begeleiding op de werkplek.
**6..** Het college stelt jaarlijks maximaal 1/3e van de vrijgekomen arbeidsplaatsen, als gevolg van beëindigde WSW-dienstbetrekkingen, beschikbaar voor de participatievoorziening beschut werken.
Hoofdstuk 5:
Artikel 29.Participatievoorziening