**1..** Het college kan een tegenprestatie opleggen welke is gericht op het versterken van de eigen kracht en/of sociaal netwerk voor zover het college deze van toepassing acht.
**2..** Geen tegenprestatie wordt opgelegd aan:
inwoners die enkel bijzondere bijstand ontvangen;
alleenstaande ouders die op grond van art. 9a Participatiewet op eigen verzoek een ontheffing van de arbeidsverplichtingen hebben, omdat zij de volledige zorg hebben voor een kind tot vijf;
uitkeringsgerechtigden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en grond daarvan volledig zijn vrijgesteld van arbeids- en re-integratieverplichting;
de uitkeringsgerechtigde verricht parttime werk voor minimaal 20 uur per week, dan wel het naar vermogen maximaal haalbare uren;
de uitkeringsgerechtigde neemt deel aan een re-integratietraject, waarmee op de korte of lange termijn wordt toegewerkt naar het kunnen gaan verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid;
de uitkeringsgerechtigde verricht vrijwilligerswerk voor minimaal 16 uur per week;
de uitkeringsgerechtigde verricht mantelzorg voor minimaal 16 uur per week;
uitkeringsgerechtigden waarbij er sprake is van multiproblematiek en het opleggen van een tegenprestatie het plan van aanpak zoals opgesteld door het team Integrale Regievoering van de afdeling Zorg & Samenleving doorkruist.
**3..** De tegenprestatie wordt qua invulling en duur afgestemd op de mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde en op de wensen en mogelijkheden van de organisatie die de maatschappelijke activiteit aanbiedt.
Hoofdstuk 4:
Artikel 13.