Het college kan een participatievoorziening beëindigen, weigeren of intrekken indien:
belanghebbende zijn verplichtingen herhaaldelijk en verwijtbaar niet nakomt;
een persoon die deelneemt aan een participatievoorziening niet meer tot de doelgroep behoort zoals bedoeld in artikel 4 van deze verordening;
het college een andere participatievoorziening aanbiedt die naar zijn oordeel passender is;
naar het oordeel van het college de participatievoorziening niet, niet langer dan wel in onvoldoende mate bijdraagt aan de participatie van belanghebbende;
het door het college ingestelde budgetplafond voor de betreffende voorziening is bereikt.
Hoofdstuk 2:
Artikel 7.