Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand raad en raadsleden

1.. Als uitgangspunt geldt dat de gevraagde bijstand wordt verleend. 2.. Uitzonderingen op het in lid 1 gestelde zijn dat: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; inwilliging van het verzoek een zodanig groot tijdsbeslag van de behandelend ambtenaar vraagt dat zijn reguliere taakuitoefening hierdoor onaanvaardbaar wordt belemmerd. 3.. De secretaris beoordeelt of er zich omstandigheden voordoen als in lid 2 genoemd. Indien daarvan sprake is deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel