Voor het verlenen van een huisvestingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders voorrangregels instellen.
De voorrangregels hebben betrekking op:
Bezettingsnorm
Woningtype
Doorstroming
Binding
Bijzondere doelgroepen
De voorrangsregels worden toegepast met de navolgende voorwaarden:
A. Bezettingsnorm
Meerpersoonshuishoudens hebben voorrang bij woonruimte met vier of meer kamers, met inachtneming van de volgende tabel:
Kamers woonruimte
Huishouden naar personen
3 of minder
4 of meer
2 of meer
n.v.t.
Voorrang
1 persoon
n.v.t.
n.v.t.
Wanneer er een op aantoonbare ervaringsgegevens gebaseerde noodzaak bestaat, kunnen burgemeester en wethouders afwijkende toelatingseisen stellen ten aanzien van de bezettingsnorm.
B. Woningtype
De volgende woningtypen kunnen met voorrang worden toegewezen aan de omschreven doelgroep:
Woningtype
Doelgroep
- Woningen met zorgvoorzieningen
Voorrang voor woningzoekenden die geïndiceerd zijn door een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze.
- Nultredenwoningen
Voorrang voor woningzoekenden van 65 jaar en ouder of die geïndiceerd zijn op een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze.
- Woningen voor minder validen
Voorrang voor minder validen bij ingrijpend aangepaste woonruimte die naar hun aard bestemd is voor bewoning door een minder valide persoon.
- Jongerenwoningen
Voorrang voor jongeren bij woonruimte die passend is voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens in de leeftijdscategorie van 18 tot 23 jaar of 18 tot 30 jaar.
Als de aanbieding van het woningtype bij de eerste advertentie niet leidt tot reacties van de doelgroep kan de betreffende woonruimte, na instemming van burgemeester en wethouders, maximaal tweemaal, opnieuw worden aangeboden voordat andere woningzoekenden in aanmerking komen.
C. Doorstroming
Regeling van groot naar kleiner
a.Burgemeester en wethouders kunnen voorrang verlenen aan doorstromers met de regeling van groot naar kleiner.
Doorschuifregel
Burgemeester en wethouders kunnen regels opstellen voor doorschuiven binnen een complex.
De toepassing van de doorschuifregel is transparant.
Een woningzoekende die gebruik maakt van de doorschuifregel mag geen wooncarrière maken. Er is geen sprake van een wooncarrière als het woningtype en de woninggrootte gelijk is gebleven.
In afwijking van lid c kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden opstellen waarbij er geen wooncarrière is als de woningzoekende een functiebeperking heeft en de beoogde woning hiervoor beter passend is.
D. Bindingsregel
Burgemeester en wethouders kunnen een gebied omschrijven waar de bindingsregel van toepassing is.
Bij de bindingsregel zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
Voorrang voor lokaal woningzoekenden
Met toepassing van de overige voorrangsregels is de volgorde van woningzoekende als volgt:
lokaal woningzoekende met urgentie
lokaal woningzoekende
niet – lokaal woningzoekende met urgentie
niet – lokaal woningzoekende
In afwijking van lid b. kunnen burgemeester en wethouders bij de volgorde in lid b na 1e woningzoekende, voorrang verlenen aan de niet-lokaal woningzoekende met een indicatie als er sprake is van een woningtype met zorgvoorzieningen of voor minder validen.
De criteria afgifte eerste urgente bij urgenten en inschrijfduur bij de overige woningzoekenden, zijn bepalend voor de onderlinge volgorde.
E. Bijzondere doelgroepen
Burgemeester en wethouders omschrijven de beoogde doelgroep en stellen voorwaarden op.
De bijzondere doelgroep ondervindt negatieve effecten van de schaarste waarmee ze zich onderscheiden van de andere woningzoekenden.
Voorrang voor bijzondere doelgroepen is alleen van toepassing in de betreffende gemeente.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.2
Voorrangregels gemeentelijk woonbeleid
Onderdeel van Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2016 gemeente Lopik