**1..** De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende het verblijf van de leerling in het door de gemeente bekostigde vervoer berust bij de ouders/verzorgers.
**2..** Leerlingen die met aangepast vervoer naar school gaan, kunnen gedrag vertonen wat onacceptabel is, omdat het daarmee een gevaar voor zichzelf en/of anderen veroorzaakt, bedreigend of onhygiënisch is. Wanneer zo’n situatie zich voordoet kan onderzocht worden of hier een medische oorzaak aan ten grondslag ligt. Afhankelijk van het medische advies kan de toegekende vervoersvoorziening zo nodig worden aangepast.
**3..** De gemeente wil de verantwoordelijkheid in het vervoer van leerlingen bij de ouders/verzorgers laten. In situaties, waarbij een leerling ontoelaatbaar gedrag vertoond in het aangepaste vervoer, worden ouders/verzorgers schriftelijk op de hoogte gebracht en kan hen de gelegenheid geboden worden hun kind te (laten) begeleiden. Hiertoe stelt de gemeente een zitplaats beschikbaar. Wanneer het gedrag niet verbetert, kan de gemeente besluiten het aangepaste vervoer voor deze leerling te beëindigen, op te schorten of in te trekken. Over de noodzaak van begeleiding of de inzet van individueel vervoer voor de leerling kan de gemeente zich laten adviseren door een externe deskundige.
**4..** Ook wanneer er een medische oorzaak is aan te wijzen voor de misdragingen en die misdragingen kunnen met het bieden van begeleiding onder controle gehouden worden, zijn het de ouders/verzorgers die de begeleiding dienen te organiseren.
Artikel 14
Ongewenst gedrag
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Neder-Betuwe 2016