De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt voor een in het benoemingsbesluit te bepalen periode benoemd. Deze periode mag maximaal het tijdvak betreffen gedurende hetwelk de ambtenaar in dienst zal zijn van de gemeente.
De buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, die de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt, wordt met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de bedoelde leeftijd is bereikt, ontslagen.