Particuliere graven zijn bestemd voor het begraven van maximaal twee lijken en het bijzetten van maximaal twee asbussen.
Particuliere graven voor twee lijken worden uitgegeven voor een termijn van vijftien jaar en de rechthebbende kan deze termijn telkens met termijnen van vijf jaar verhogen tot maximaal veertig jaar.
Particuliere kindergraven zijn bestemd voor het begraven van één lijk en worden uitgegeven voor een termijn van vijftien jaar en de rechthebbende kan deze termijn telkens met termijnen van vijf jaar verhogen tot maximaal veertig jaar.
In particuliere kindergraven kan één asbus worden bijgezet.
Van het bepaalde in lid 3 en lid 4 kan worden afgeweken indien het kinderen tot en met 11 jaar betreft uit hetzelfde gezin en voor zover de omstandigheden een gezamenlijke lijkbezorging toelaten.
Na afloop van de uitgiftetermijn van een particulier graf kunnen de grafrechten telkens met vijf, tien, vijftien of twintig jaar worden verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de termijn is gedaan.
Begraving in een particulier graf waarvan de lopende grafrechttermijn binnen tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de termijn tot minimaal tien jaar na de laatste begraving of bijzetting, gebruik makend van de in het vorige lid genoemde standaard termijnen van verlenging.
De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.
Het is verboden zonder vergunning van het college een grafkelder aan te brengen in een particulier graf.
De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien:
de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig wordt geacht;
ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen;
van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
de houder van de vergunning dit verzoekt;
dit om redenen van beheertechnische aard wenselijk of noodzakelijk is.
Het college kan aan de vergunning als genoemd in het tiende lid voorschriften en beperkingen verbinden.
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de aard, de afmetingen en de wijze van aanvragen en aanbrengen van grafkelders.
De beheerder stelt de beschikbaarheid van typen graven en van bepaalde diensten vast.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de Algemene begraafplaats voor de gemeente Papendrecht 2016