Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3:

Artikel 6.

Werkwijze adviseur of adviescommissie

Onderdeel van Procedureverordening tegemoetkoming in planschade en nadeelcompensatie gemeente Diemen

1.. Op de advisering door de adviseur of de adviescommissie is afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. 2.. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaan. 3.. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie belegt één of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet, dan wel als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht, worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 4.. Indien de situatie ter plaatse zal worden bezichtigd, bepaalt de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie het tijdstip van de bezichtiging en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit. 5.. Indien een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak plaats vindt, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak gemaakt. 6.. Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies. 7.. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet, dan wel als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen. 8.. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet, dan wel als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht, worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies schriftelijk hierop te reageren. 9.. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 10.. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel