Uitgangspunt bij resultaatfinanciering in het arrangement ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden, is ‘een schoon en leefbaar huis’. Het gaat om de ruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. Deze ruimten dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Dit wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks of meer wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van ‘schoon’ te realiseren. De taken en frequenties bij het begrip schoon en leefbaar huis moeten per geval duidelijk worden omschreven. Hierdoor is het duidelijk wat er verwacht wordt in dit arrangement.
Normering schoon huis
Taken
Omschrijving
Frequentie
Lichte huishoudelijke taken
Stof afnemen, ragen (hoog en/of laag)
wekelijks
Kamers opruimen
wekelijks
Zwaar huishoudelijke taken
Schrobben/dweilen/soppen (toilet, badkamer, keuken)
wekelijks
Bedden verschonen
1 maal per 2 weken
Opruimen huishoudelijk afval
wekelijks
Stofzuigen
wekelijks
Ramen lappen (aan binnenzijde)
1 maal per kwartaal
Wasverzorging
Kleding en linnengoed sorteren en wassen in wasmachine
wekelijks
Vouwen en opbergen
wekelijks
Ophangen/afhalen wasgoed
wekelijks
De frequentie geeft aan hoe vaak een de ruimten voor dagelijks gebruik schoongemaakt moeten worden. De frequentie geeft aan wat als een algemeen aanvaard basisniveau wordt beschouwd.
De frequentie om de bovenstaande taken uit te voeren is afgeleid van het CIZ protocol Indicatieadvisering voor Hulp bij het Huishouden. Bij het opstellen van de profielen is uitgegaan van deze basisnorm van wat onder een schoon huis wordt verstaan.
Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.1
De basisnorm van een schoon huis
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2016