Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Regeling subsidie Beeldende Kunst 2016–2019

1.. Kunsteducatie: kunsteducatie staat voor alle vormen van educatie waarbij kunst en/of kunstzinnige middelen en technieken als doel of als middel worden gebruikt. Strikter gedefinieerd is kunsteducatie het doelgericht leren omgaan met kunst, als persoonlijk uitdrukkingsmiddel en als cultureel fenomeen. Het oogmerk van kunsteducatie reikt verder dan het verwerven van kennis over kunstobjecten en kunstprocessen. Het gaat ook om het bestuderen van wat deze objecten en processen bij de beschouwer bewerkstelligen. Onder kunsteducatie verstaan we de kunstvormen beeldend, architectuur, fotografie, mode en design. In de kunsteducatie gebruikt de subsidieaanvrager drie verschillende leervormen: Actief: Leerlingen beoefenen zelf een kunstdiscipline zoals schilderen. Zij leren zich kunstzinnig uit te drukken, ontwikkelen tevens kennis van materialen en gereedschappen en verwerven hiernaast vaardigheden en technieken. Receptief: Leerlingen kijken of luisteren naar professionele kunstproducten zoals een beeldententoonstelling. Ze leren kenmerken, stijlen en stromingen herkennen en doen hiernaast kennis van termen en begrippen op. Reflectief: Leerlingen ‘beschouwen’ kunstproducten. Zij denken, lezen, praten er over en wisselen van gedachten met elkaar. Bij zowel actieve als receptieve kunstbeoefening kan reflectie plaatsvinden. Reflectie op de kunstervaring en het eigen productieproces en de analyse hiervan vormen de essentie van kunsteducatie. 2.. Receptieve kunstbeoefening: hiermee bedoelen we alle vormen van ‘passieve’ kunstbeoefening. Het gaat om het kijken naar kunst, zoals bij het bezoeken van tentoonstellingen. De kunstvormen die we hierbij betrekken zijn: beeldend, architectuur, fotografie, mode en design. Bij receptieve kunstbeoefening kan ook reflectie plaatsvinden: theoretische verdieping en/of kritische beschouwing.

Rechtspraak bij dit artikel