Naar hoofdinhoud

§ 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Haven- en kadeverordening Wageningen 2016

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren. afvalstoffen: scheepsafval, ladingresiduen, vloeibare of vaste afvalstoffen die ontstaan bij het schoonmaken van een schip; AIS:Automatic Identification System of afgekort AIS is een systeem gebaseerd optransponder-technologie waarmee de veiligheid van scheepvaart op het binnenwater verhoogd wordt; autoafzetplaats: voorziening die de mogelijkheid biedt een auto van en aan boord te zetten, aangegeven op de kaart, behorende bij deze verordening. behandelen van een gevaarlijke stof: laden, lossen, intern verpompen, verplaatsen, mengen, blenden of schoonmaken van een gevaarlijke stof, met uitzondering van onderling overpompen van bunkerolie of LNG-brandstof, het bunkeren of het LNG-bunkeren; bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Scheepvaartverkeerswet; binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; binnentankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn ladingtanks; brandbare vloeistof: een vloeistof met een vlampunt dat lager ligt dan, of gelijk is aan 100 graden Celsius en uitsluitend een brandbare eigenschap heeft; brandstofolie: elke olie die wordt gebruikt als brandstof voor de voorstuwings- of hulpwerktuigen van schepen; bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een tankschip naar een ander schip; bunkerolie: brandstofolie of smeerolie bijboot: een klein vaartuig dat behoort tot een bedrijfsvaartuig en geschikt is voor onderhoud en/of het bereiken van het bedrijfsvaartuig of de wal. carrouselschepen: schepen die via de Stichting Er-varen in het kader van de schepencarrousel als zodanig bij de gemeente worden aangemeld; exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de IMO Code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code), de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën; haven: de Rijnhaven en het naar deze haven voerende kanaal, welke voor de scheepvaart open staan, alsmede de met het havenkanaal in open verbinding staande jachthaven, met uitzondering van het in erfpacht uitgegeven gedeelte van de jachthaven.Wateren die in het beheer zijn van onze gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening; havenmeester: door het college als zodanig benoemde ambtenaar, alsmede diens plaatsvervanger; historisch schip: een varend schip of woonschip dat recent een positieve beoordeling van de betreffende behoudsorganisatie voor historische schepen heeft gekregen en/of door het college eveneens als behoudenswaardig wordt beoordeeld; ISPS code: Internatonal Ship and Port Facility Security Code; kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert; ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen; ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen; open vuur: vuur, vonkvorming en elk oppervlak binnen een afstand van 25 meter van een gevaarlijke stof, dat een temperatuur heeft die gelijk is aan of hoger dan de minimumontstekingstemperatuur van die stof; overslag: laden of lossen van een lading in of uit een schip; passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van de toereikende en geldige certificaten; personenvervoer: tegen vergoeding vervoeren van personen; pleziervaartuig: schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding; RPR: Rijnvaart Politie Reglement; schadelijke stoffen; stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet ter voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd; scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels, en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden; schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het gasvrij, schoon- of droogmaken van ruimten van een vaartuig, die ladingresten van een onverpakte vloeibare gevaarlijke stof bevatten of laatstelijk hebben bevat. smeerolie: elke vloeistof bestemd voor smering van machines aan boord van schepen; spudpaal: voorziening waarmee een schip zichzelf in de onderwaterbodem kan verankeren door middel van verticale meerpalen waarmee het schip zelf is uitgerust. tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten. zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een document, afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel