In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van
gevaarlijke stoffen over de binnenwateren.
afvalstoffen: scheepsafval, ladingresiduen, vloeibare of
vaste afvalstoffen die ontstaan bij het schoonmaken van een
schip;
AIS:Automatic Identification System of afgekort AIS
is een systeem gebaseerd
optransponder-technologie
waarmee de veiligheid van
scheepvaart op het
binnenwater verhoogd wordt;
autoafzetplaats: voorziening die de mogelijkheid biedt een
auto van en aan boord te zetten, aangegeven op de kaart,
behorende bij deze verordening.
behandelen van een gevaarlijke stof: laden, lossen, intern
verpompen, verplaatsen, mengen, blenden of schoonmaken van
een gevaarlijke stof, met uitzondering van onderling
overpompen van bunkerolie of LNG-brandstof, het bunkeren of
het LNG-bunkeren;
bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken:
bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken
als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de
Scheepvaartverkeerswet;
binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip;
binnentankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan
het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn
ladingtanks;
brandbare vloeistof: een vloeistof met een vlampunt dat
lager ligt dan, of gelijk is aan 100 graden Celsius en
uitsluitend een brandbare eigenschap heeft;
brandstofolie: elke olie die wordt gebruikt als brandstof
voor de voorstuwings- of hulpwerktuigen van schepen;
bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een
tankschip naar een ander schip;
bunkerolie: brandstofolie of smeerolie
bijboot: een klein vaartuig dat behoort tot een
bedrijfsvaartuig en geschikt is voor onderhoud en/of het
bereiken van het bedrijfsvaartuig of de wal.
carrouselschepen: schepen die via de Stichting Er-varen in
het kader van de schepencarrousel als zodanig bij de
gemeente worden aangemeld;
exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder
ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het
schip;
gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie,
brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen
opleveren, zoals vermeld in de IMO Code voor het vervoer van
verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International
Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en
uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk
vervoeren (International Bulk Chemical Code), de
Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen
die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren
(International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij
het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van
gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement
(ADN), met uitzondering van eetbare oliën;
haven: de Rijnhaven en het naar deze haven voerende kanaal,
welke voor de scheepvaart open staan, alsmede de met het
havenkanaal in open verbinding staande jachthaven, met
uitzondering van het in erfpacht uitgegeven gedeelte van de
jachthaven.Wateren die in het beheer zijn van onze gemeente
en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe
behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen,
scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en
laadplaatsen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij
deze verordening;
havenmeester: door het college als zodanig benoemde
ambtenaar, alsmede diens plaatsvervanger;
historisch schip: een varend schip of woonschip dat recent
een positieve beoordeling van de betreffende
behoudsorganisatie voor historische schepen heeft gekregen
en/of door het college eveneens als behoudenswaardig wordt
beoordeeld;
ISPS code: Internatonal Ship and Port Facility Security
Code;
kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip
voert;
ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks
aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven,
met inbegrip van restanten na lading of lossing en
morsingen;
ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst
van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten
van schadelijke stoffen;
open vuur: vuur, vonkvorming en elk oppervlak binnen een
afstand van 25 meter van een gevaarlijke stof, dat een
temperatuur heeft die gelijk is aan of hoger dan de
minimumontstekingstemperatuur van die stof;
overslag: laden of lossen van een lading in of uit een
schip;
passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer
van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van de
toereikende en geldige certificaten;
personenvervoer: tegen vergoeding vervoeren van
personen;
pleziervaartuig: schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor
sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;
RPR: Rijnvaart Politie Reglement;
schadelijke stoffen; stoffen die als zodanig bij of
krachtens de Wet ter voorkoming verontreiniging door schepen
zijn aangewezen of worden genoemd;
scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde
ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de
bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de
reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging
door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels,
en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen
Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede
ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord
bij de stuwage en verwerking van de lading als afval
overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen,
laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier,
karton, draad en stalen banden;
schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een
draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een
boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een
baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton,
een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een
drijvende inrichting;
schipper: degene die de feitelijke leiding over een
binnenschip voert;
schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband
houdt met het gasvrij, schoon- of droogmaken van ruimten van
een vaartuig, die ladingresten van een onverpakte vloeibare
gevaarlijke stof bevatten of laatstelijk hebben bevat.
smeerolie: elke vloeistof bestemd voor smering van machines
aan boord van schepen;
spudpaal: voorziening waarmee een schip zichzelf in de
onderwaterbodem kan verankeren door middel van verticale
meerpalen waarmee het schip zelf is uitgerust.
tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het
vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn
laadruimten.
zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of
dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak
voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is
voorzien van een document, afgegeven door het bevoegde gezag
van het land waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt
dat het geschikt is voor de vaart ter zee.