Het is eenieder verboden om aan, buitenboord of onder een
schip of aan een voorwerp aan boord van een schip
werkzaamheden te verrichten of doen verrichten, die verband
houden met de bedrijfsgereedheid, de aanpassing, het herstel
of de verbetering van het schip of het voorwerp,
tenzij:
het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf
of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning
krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
is verleend; of
per scheepsbezoek aan de haven de te verrichten
werkzaamheden ten hoogste drie dagen in beslag nemen
en er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of
hinder kan ontstaan, en:
als de werkzaamheden plaatsvinden op een tankschip of aan of in
een brandstoftank van een schip, er voor de reparatiewerkzaamheden
door een gasdeskundige als bedoeld in artikel 4.1 van de
Arbeidsomstandighedenregeling een Veiligheids- en
Gezondheidsverklaring is afgegeven voor de uit te voeren
werkzaamheden;
dat doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik
van die middelen bekend zijn beschikbaar zijn, en;
de werkzaamheden plaatsvinden op ten minste 25 meter van
gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
ontheffing verlenen.
§ 3
Artikel 3.13
Verrichten van werkzaamheden
Onderdeel van Haven- en kadeverordening Wageningen 2016