Het is verboden een anker te gebruiken, tenzij:
Dit geschiedt door een drijvende kraan, waarbij zeker is gesteld dat
gebruik van een anker geen schade toebrengt aan de in de
onderwaterbodem aangebrachte leidingen, kabels, duikers of oever- of
kadeverdedigingswerken en het voornemen daartoe overeenkomstig het
tweede lid aan de havenmeester is gemeld.
De melding bedoeld in het eerste lid, onder b, vindt plaats
per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal,
per fax of per e-mail.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
ontheffing of vrijstelling verlenen.