Naar hoofdinhoud

Deel II

Artikel 1.

Algemene bepalingen

Onderdeel van Gedragscode Bestuurlijke Integriteit 2003

1.1. Onder bestuurder wordt verstaan: de burgemeester en de wethouders. 1.2. Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en wethouders. 1.3. Onder raadsleden wordt tevens verstaan: de niet-raadsleden die op grond van de Verordening op de raadscommissies lid zijn van een raadscommissie. 1.4. Deze gedragscode geldt voor de burgemeester, de wethouders en de raadsleden. 1.5. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college en het presidium van de gemeenteraad. 1.6. De code is openbaar en door derden te raadplegen. 1.7. De leden van het college en de leden van de raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.

Rechtspraak bij dit artikel