In deze regeling wordt verstaan onder:
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen;
volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke
rechtshandelingen te verrichten;
machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen te verrichten, geen besluiten en/of privaatrechtelijke rechtshandelingen zijnde;
mandaatgever: het bestuursorgaan dat aan een bij functie in het mandaatregister genoemde medewerker de bevoegdheid geeft om in naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen;
gemandateerde: de medewerker, die van de mandaatgever de bevoegdheid heeft gekregen om in naam van de mandaatgever besluiten te nemen;
mandaatregister: een overzicht van door de mandaatgever aan gemandateerde opgedragen bevoegdheden.