Schuldhulpverlening wordt de komende jaren binnen het volgende financiële kader uitgevoerd (gemeenten en SOW).
2016
2017
2018
2019
Begroting uitvoeringskosten schuldhulpverlening*
2.251.524
2.235.921
2.093.486
1.972.887
Bestedingsplan Participatiewet SOW 2016 tijdelijk extra formatie/
Inkoop training
80.000
80.000
80.000
80.000
Subsidies (begroot budget/subsidieplafond bij de gemeenten)
Maassluis: BOOM en Humanitas TA
Vlaardingen: Schuldhulpmaatje
Schiedam: Humanitas TA
Schiedam: Preventienetwerk
14.500
15.000
11.000
49.000
14.500
15.000
11.000
49.000**
14.500
15.000
11.000
49.000**
14.500
15.000
11.000
49.000**
*De afname van het begrote budget voor schuldhulpverlening heeft gevolgen voor het bereik van schuldhulpverlening en de aan te bieden dienstverlening.
** Afhankelijk van de verdere afspraken m.b.t. de inzet en dienstverlening van het Preventienetwerk.
Komt er in genoemde periode structureel extra geld voor armoede en schulden beschikbaar, dan kan dat overeenkomstig dit plan en de Beleidsnotitie Armoedebeleid MVS 2016-2019 worden ingezet. Het vernieuwd armoede- en schuldenbeleid gaat het huidige beleid zoveel mogelijk vervangen (‘nieuw voor oud’). Het vervangen van oude voorzieningen voor nieuwe voorzieningen vraagt een overgangsperiode. We stellen voor een innovatiebudget in te zetten om de invoering van het vernieuwd armoede- en schuldenbeleid op te vangen. Dit innovatiebudget wordt gefinancierd vanuit de eigen middelen van Stroomopwaarts.
Vergoeding
Op grond van artikel 6 van de Gedragscode schuldhulpverlening kunnen NVVK-leden voor het opzetten en uitvoeren van schuldregelingen vergoedingen in rekening brengen, met inachtneming van de vigerende wet- en regelgeving in het kader van de Wet op het consumentenkrediet (Wck) (artikelen 47 en 48 Wck).
De vergoeding voor een schuldregeling wordt steeds ten laste gebracht van de door de schuldenaar, in het kader van een schuldregeling, gespaarde maximale afloscapaciteit zoals uit te keren aan de schuldeisers. De Algemene Ledenvergadering van de NVVK stelt een percentage vast van het gespaarde bedrag dat als vergoeding maximaal in rekening mag worden gebracht. Het percentage
is nu vastgelegd op 9% van de doorbetaalde bedragen aan de schuldeisers. Het totaal gespaarde bedrag voor de schuldeisers vertegenwoordigt 100%. Vervolgens wordt hier de 9% vergoeding op in mindering gebracht. Aan de schuldeisers wordt dan 91% uitgekeerd.
Door deze vergoeding in rekening te brengen wordt een aanvulling op het budget voor schuldhulpverlening gecreëerd om in de uitvoering van de schuldhulpverlening in te zetten voor bijvoorbeeld preventie activiteiten, projecten en maatwerk om het effect van de schuldhulpverlening te versterken.