De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de kamer op basis van een mandaat ex
artikel 10:1 e.v. Algemene wet bestuursrecht:
artikel 2:1, tweede lid;
artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;
artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de kamer;
artikel 7:4, tweede lid;
artikel 7:6, vierde lid.
Artikel 8.
Uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften Krimpenerwaard 2016